Amerikaanse rode eik
De beelden van Shields zijn volledig afhankelijk van de beschikbare bomen in de omgeving. Ze hebben dan ook een sterke band met de locatie waarvoor ze zijn gemaakt. Samen met Staatsbosbeheer en Albert Oost, de conservator van Museum Belvédère, verkende de kunstenaar de omgeving op zoek naar een geschikte boom voor haar project. Ze richt zich vooral op de kroon van de boom, waarbij bepaalde boomsoorten en vormen haar voorkeur hebben. Shields, die zich in 1972 permanent in Nederland vestigde, beschouwde Friesland aanvankelijk vooral als de provincie van het water, maar ontdekte al snel de vele mooie bomen in het coulisselandschap van het zuidoostelijke deel van de provincie. Na enig onderzoek stelde Staatsbosbeheer een Amerikaanse rode eik (Quercus rubra) beschikbaar voor haar project, die al op de lijst stond om gekapt te worden in Wijnjewoude. Deze boomsoort, oorspronkelijk geïmporteerd naar Nederland, groeit nu wild en buiten controle. Het wordt gezien als een “bospest” en is bijzonder schadelijk voor het inheemse ecosysteem.
Eerbetoon
Nadat de boom was gekapt en weggetakeld, moest deze per vrachtauto naar Amsterdam worden vervoerd, waar Shields haar atelier heeft. Ondanks haar leeftijd van 77 jaar, hanteert ze nog steeds met grote vaardigheid de kettingzaag.
"Het lijkt alsof ze er verliefd op is. Ze aait de boom als het ware. Een soort liefkozing die ook respect uitdrukt. Op een bepaald moment zijn de mannen van Staatsbosbeheer ter plaatse aan het zagen, maar wanneer het op het fijnere werk aankomt, grijpt zij in. Dat doet ze liever zelf omdat ze uiteindelijk het beste uit de boom wil halen." – Albert Oost
Het voltooide werk wordt daarna naar de eindlocatie gebracht, waar het ter plekke opnieuw wordt samengesteld en geïnstalleerd. Mari Shields eert de bomen door hun specifieke vormen en unieke karakter tot uiting te laten komen in har beelden. Zo vertelt de boom, met haar hulp, zijn verhaal aan de bezoeker.

10.9 ℃






































